UDEN - Wie de Liederentafel in Eigen Herd bezoekt, herkent het meteen: het
vertrouwde geluid van accordeon, zang en meezingers. Al vijfentwintig jaar lang
is Niels Swinkels daar de vaste waarde. Niet als artiest op afstand, maar als
iemand die het publiek meeneemt, verbindt en laat genieten. “We gaan er even
bij staan”, zegt hij regelmatig – en dat ‘we’ is geen toeval.
Door: Peter Noy
Wie Niels Swinkels (45) spreekt, merkt al snel dat
muziek voor hem nooit een doel op zich is geweest. Het gaat hem om wat er
tussen mensen gebeurt. “Muziek is een middel om mensen bij elkaar te brengen”,
zegt hij. “Of dat nou op een feest is, bij de Liederentafel of zelfs bij een
uitvaart. Het gaat erom dat mensen zich gezien voelen.” Die gedachte vormt een
rode draad door zijn leven, zowel op het podium als in zijn werk als
onderwijsassistent bij Kindcentrum Florent in Uden.
Een ‘huwelijk’ van
25 jaar
De
Liederentafel voelt voor Swinkels bijna als een langdurige relatie. “Ik zei
laatst gekscherend: het is net een zilveren huwelijk”, lacht hij. “Je bent
trouw aan elkaar, in lief en leed.” Dat lief en leed is geen loze frase. In 25
jaar tijd zag hij bezoekers elkaar ontmoeten, verliefd worden, samen oud worden
– en soms ook afscheid nemen. “We hebben meerdere keren meegemaakt dat mensen
die altijd kwamen, overleden. Dan vraagt de familie of we nog één keer hun favoriete
liedje willen spelen. Dat raakt me.” Het verklaart ook waarom Swinkels zijn
publiek zo goed kent. “Veel mensen ken ik bij naam, en zij kennen mij. Dat
maakt het persoonlijk.” Die nabijheid is volgens hem de kracht van de
Liederentafel: laagdrempelig, herkenbaar en nooit afstandelijk. “Het is geen
concert waar iedereen stil moet zijn. Het is samen zingen, praten, dansen.
Gewoon gezellig.”
De muzikale erfenis
van ‘opa’ Gerard
Een belangrijke rol in het muzikale leven van Niels
Swinkels speelde Gerard Dortmans, die samen met Riky Beks in 1998 aan de wieg
stond van de Liederentafel in Uden. “Hij was niet mijn echte opa, maar wel mijn
muzikale opa”, vertelt Swinkels. “Hij stond vierkant achter mij. ‘Heb vertrouwen
jongen, dat kun jij’, zei hij altijd.” Het praten met het publiek, het durven
improviseren en het meenemen van mensen leerde Niels van hem. Het verlies van
Gerard tijdens de coronaperiode kwam hard aan, maar bracht ook creatieve inspiratie.
Swinkels organiseerde een bijzonder paasconcert vanuit de kerktoren van de
Petruskerk, midden in de lockdownperiode. “Mensen zaten thuis op hun balkon of
oprit te luisteren. In die toren voelde alsof Gerard er toch bij was.” Het
typeert zijn manier van werken: zoeken naar verbinding, juist op momenten
waarop die niet vanzelfsprekend is.
Muziek die niemand
buitensluit
Swinkels omschrijft zijn stijl als eenvoudig en
laagdrempelig. “Het is geen conservatoriummuziek. Ik wil dat mensen denken: het
is oké, het is gezellig.” Hij leest de zaal, past zijn tempo aan en bouwt zijn
optredens rustig op. “Niet meteen alles geven. Eerst ruimte laten om te praten,
later samen zingen.” Wat hij vooral níet wil, is opdringen. “Als mensen alleen
willen buurten, is dat ook prima.” Zijn favoriete momenten? “Als jong en oud
samen zingen. Dan zie je opa’s en oma’s met natte ogen, en kinderen die
meedoen. Dát is waarom ik dit doe.” Hij zegt het zonder grote woorden, maar met
overtuiging.
Van klaslokaal tot buurthuis
Ook op school draait het voor Swinkels om sfeer en
veiligheid. Als onderwijsassistent werkt hij vooral met kinderen. “Mijn werk is
mijn hobby”, zegt hij. “Ik sta de hele dag tussen de kinderen. Dat geeft
energie.” Muziek gebruikt hij ook daar als hulpmiddel. “Een liedje kan de sfeer
in de klas meteen veranderen.” Met 25 jaar Liederentafel kijkt Swinkels niet
zozeer achterom, maar vooruit. Grote plannen heeft hij niet nodig. “Als mensen
blijven zeggen: ‘Het was gezellig’, dan ben ik tevreden.” En dat lijkt, gezien
de volle zaal in Eigen Herd, voorlopig nog wel goed te zitten.