MAASHORST - Wie
deze dagen door de Maashorst wandelt of fietst, hoeft niet lang te zoeken naar
de gevolgen van de droogte. Langs het Slingerpad staan dode en afstervende
bomen. Op sommige plaatsen liggen opvallend veel bladeren op de grond, terwijl
het nog maar eind augustus is. Grasvelden kleuren geel en vennen vallen droog.
Maar achter wat bezoekers boven de grond zien, gaat een veel groter verhaal
schuil. Over grondwater, klimaatverandering, natuurbeheer en de vraag hoe we in
de toekomst met water moeten omgaan.
Door: Peter
Noy
In
Natuurcentrum De Maashorst spraken Cindy Frishert, senior boswachter publiek
bij Staatsbosbeheer, en Ernest de Groot, loco-dijkgraaf bij Waterschap Aa en
Maas, over de actuele droogte. Frishert kent het natuurgebied vanuit haar werk
in het veld en het beheer van de Maashorst. De Groot, die in Uden woont, kijkt
vanuit het waterschap naar de waterhuishouding en de ontwikkeling van het
grondwater in het gebied. Vanuit hun verschillende deskundigheid schetsen zij
een beeld van de huidige droogte en van wat er nodig is om de Maashorst beter
bestand te maken tegen droge en natte perioden.
Peter Noy
Boswachter Cindy Frishert en loco-dijkgraaf Ernest de Groot bekijken een droge watergang in de Maashorst.
„Ik vind de
situatie zeer ernstig”
De
loco-dijkgraaf draait er niet omheen wanneer hem wordt gevraagd hoe ernstig de
situatie is. „Ik vind de situatie zeer ernstig.” Volgens hem stapelt de huidige
droogte zich op een probleem dat al jaren bestaat. Brabant kampt al langer met
verdroging en eerdere droge perioden hebben het watersysteem onvoldoende
gelegenheid gegeven om volledig te herstellen. Ook 2025 was volgens hem een
droog jaar. De droogte van dit jaar komt daar bovenop. Grondwaterstanden staan
daardoor verder onder druk. Zijn uitleg is mede gebaseerd op een uitgebreide
analyse van de water- en grondwatersituatie in en rond de Maashorst. „De
droogte stapelt op de problematiek van de verdroging”, vat hij samen. Dat
betekent dat het watersysteem niet ieder jaar opnieuw met een volledig
aangevulde voorraad begint. Wanneer droge jaren elkaar opvolgen, loopt het
tekort verder op.
Van
wateroverlast naar kurkdroog
Juist in de
Maashorst is het contrast opvallend. In augustus 2024 hadden delen van het
Slingerpad en de omgeving van de Udensedreef nog langdurig met wateroverlast te
maken. Nu ligt dezelfde omgeving er op veel plaatsen kurkdroog bij. Volgens de
loco-dijkgraaf laat dat zien dat we steeds vaker rekening moeten houden met
extremen. Een natte periode betekent bovendien niet automatisch dat de
verdroging is opgelost. Veel regen kan in korte tijd vallen, maar het water kan
ook weer snel uit het gebied verdwijnen. De ondergrond speelt daarbij een
belangrijke rol. Op veel plaatsen bestaat die uit grof zand en grind, waardoor
water gemakkelijk kan wegzakken. Tegelijkertijd liggen er breuken in de
ondergrond die water op bepaalde plaatsen juist kunnen tegenhouden. Volgens hem
leverde de wateroverlast van 2024 ook belangrijke informatie op. Veel plekken
waar toen wateroverlast ontstond, lagen bij zulke breukzones. „Deze
breukvlakken kunnen we benutten om die badkuip van de Peelhorst weer langzaam
te gaan vullen.” De plekken die tijdens extreme regen voor problemen zorgden,
kunnen dus ook aanwijzingen geven waar water in de toekomst langer kan worden
vastgehouden.
Waarom lijkt
het al herfst?
De
gevolgen van de droogte zijn voor bezoekers vooral zichtbaar in de bomen. Langs
het Slingerpad staan dode en afstervende exemplaren en op sommige plaatsen ligt
opvallend veel blad op de grond. Volgens Frishert is dat een gevolg van de
extremen waarmee de natuur steeds vaker te maken krijgt. „De ene keer extreem
nat, de andere keer extreem droog.” Bomen kunnen bij langdurige droogte hun
vochtverlies beperken door eerder blad te verliezen. Ze schakelen als het ware
eerder over naar een ruststand. „Een soort herfststand”, vat De Groot het
samen. Dat betekent niet automatisch dat iedere boom verloren is. Sommige bomen
kunnen herstellen wanneer de omstandigheden verbeteren. Bij andere is de schade
uiteindelijk te groot. Dat hangt af van soort, leeftijd, standplaats en de duur
van de droogte. In het gesprek komt onder meer de berk ter sprake als een soort
die op sommige plaatsen zwaar wordt getroffen. Ook andere boomsoorten kunnen
moeite krijgen met langdurige droogte en hoge temperaturen. Wanneer bomen om
veiligheidsredenen moeten worden ingekort, blijft dood hout volgens Frishert
waar mogelijk liggen. „Dood hout leeft”, benadrukt zij. Een dode stam kan een
leefplaats zijn voor insecten, schimmels en vogels zoals spechten. Dat neemt
niet weg dat het verdwijnen van een oude of beeldbepalende boom ook jammer kan
zijn. De ecologische waarde van dood hout en het verlies van een
karakteristieke boom kunnen naast elkaar bestaan.
Peter Noy
Langs het Slingerpad zijn de gevolgen van de langdurige droogte zichtbaar in dode en afstervende bomen.
Slabroek en
de Kanonsberg
Binnen enkele
kilometers zijn de verschillen in de Maashorst soms groot. De Slabroekse Heide
oogt op sommige plaatsen geel en dor, terwijl de heide op de Kanonsberg nog
opvallend egaal paars bloeit. Volgens de waterbestuurder speelt de bodem
daarbij een belangrijke rol. Rond de Kanonsberg is de situatie anders dan bij
Slabroek. Bodemopbouw, waterhuishouding en de geschiedenis van het gebied
spelen mee. Ook grassen en bramen kunnen invloed hebben. Die profiteren sneller
van stikstof en kunnen de heide verdringen. Voor bezoekers kan het vreemd
lijken: hetzelfde natuurgebied, dezelfde zomer en toch totaal verschillende
beelden. Maar de Maashorst is geen gelijkmatig landschap. Bodemlagen, hoogtes
en waterstromen verschillen van plaats tot plaats.
Dieren onder
druk
Droogte raakt
niet alle dieren op dezelfde manier. Vooral soorten die afhankelijk zijn van
water kunnen problemen krijgen wanneer vennen en poelen langdurig droogvallen. De
Groot noemt het voorbeeld van libellenlarven. Sommige soorten brengen jaren
onder water door voordat zij als volwassen libel verschijnen. Wanneer een ven
in die periode droogvalt, kan een hele generatie verloren gaan. Een ven dat af
en toe droogvalt, hoeft niet direct een probleem te zijn. Dat kan bij sommige
natuurlijke systemen horen. Problematisch wordt het wanneer droogval ieder jaar
terugkomt of meerdere jaren achter elkaar optreedt. „Een keer in de vier of
vijf jaar is prima, maar elk jaar of meerdere jaren achter elkaar is funest.” Voor
vogels ligt het beeld genuanceerder. Veel soorten kunnen zich volgens hem
tijdens droogte over het algemeen wel redden. Watervogels verdwijnen wanneer
het water verdwijnt. Daarnaast kunnen problemen ontstaan wanneer insecten en
andere onderdelen van de voedselketen onder druk komen te staan.
Wat kan
Staatsbosbeheer doen?
De
natuur kan veel zelf herstellen, maar natuurbeheer kan bijdragen aan een
robuuster systeem. Frishert wijst onder meer op het belang van meer variatie in
het bos. Meer loofbomen en minder eenzijdige naaldopstanden kunnen onderdeel
zijn van een beheer dat beter bestand is tegen veranderende omstandigheden.
Daarbij spelen niet alleen droogte, maar ook klimaatbestendigheid en
natuurbrandbeheer een rol. Daarnaast wordt gekeken hoe water langer in het
gebied kan worden vastgehouden. Daarbij gaat het onder meer om sloten, greppels
en beeklopen. Dat kan Staatsbosbeheer echter niet alleen. Frishert benadrukt de
samenwerking tussen Staatsbosbeheer, gemeenten, het waterschap en andere
terreinbeheerders. Maatregelen moeten op elkaar aansluiten. „Je moet het ook
echt samen doen.” Alleen op één klein stukje maatregelen nemen heeft weinig
zin. Water en natuur houden zich niet aan gemeentegrenzen of eigendomsgrenzen.
Daarom is volgens haar een gebiedsgerichte aanpak nodig. Ook vanuit het
waterschap wordt die samenwerking benadrukt. Water vasthouden kan goed zijn
voor natuur en grondwater, maar kan elders zorgen voor natte voeten. Het vinden
van de juiste balans vraagt daarom tijd en overleg.
Peter Noy
Cindy Frishert en Ernest de Groot bij een drooggevallen beek in de Maashorst.
Regen alleen
is niet genoeg
Dat het
binnenkort weer gaat regenen, betekent niet automatisch dat het droogteprobleem
voorbij is. Volgens De Groot kan herstel van het grondwatersysteem jaren duren.
Bovendien neemt door hogere temperaturen de verdamping toe. Een paar zware
buien kunnen spectaculair zijn, maar lossen het grondwatertekort niet vanzelf
op. Veel hangt af van de manier waarop de regen valt. Water moet de tijd
krijgen om in de bodem te trekken. Hij verwacht zelf een relatief nat najaar,
maar benadrukt dat vooral de vorm van de neerslag belangrijk is. Voor het
aanvullen van grondwater heeft hij liever langdurige, rustige regen dan korte
piekbuien. „Ik heb liever motregen dan piekbuien.” Dat is een belangrijke les
van de huidige droogte. Veel water is niet automatisch hetzelfde als voldoende
water. Het moet op de juiste plaats vallen, de kans krijgen om in de bodem te
zakken en vervolgens zo lang mogelijk in het gebied worden vastgehouden.
Een
gezamenlijke opgave
Volgens de
bestuurder van Waterschap Aa en Maas ligt de oplossing niet uitsluitend bij
natuurbeheerders en waterschappen. Ook gemeenten, provincies, agrariërs,
bedrijven en inwoners spelen een rol. Agrariërs kunnen werken aan bodems die
meer water opnemen en vasthouden. In woongebieden kan slimmer worden omgegaan
met regenwater en verharding. Ook waterbesparing hoort volgens hem bij het
grotere verhaal. Hij reageert daarbij ook op de recente oproep van
waterbestuurder Hein Pieper om meer ruimte te maken voor water en tuinen minder
volledig te verharden. De Groot onderschrijft die gedachte, al hoeft volgens
hem niet iedere tuin volledig onverhard te zijn. Belangrijk is dat regenwater
de kans krijgt om in de bodem te zakken. „Wij als mensen zijn
medeverantwoordelijk voor de verdroging die we veroorzaken.”
Meer dan een
droge zomer
Wie nu door de
Maashorst loopt, ziet de gevolgen van droogte letterlijk voor zich: dode en
afstervende bomen, vroegtijdig bladverlies, gele grasvelden en droge vennen.
Maar ook nog altijd een paars bloeiende heide op de Kanonsberg. Die verschillen
laten zien hoe complex het samenspel is tussen bodem, water, klimaat en
natuurbeheer. De huidige droogte is daarom meer dan een probleem van deze
zomer. Zij maakt zichtbaar hoe kwetsbaar het watersysteem is geworden en hoe
lang herstel kan duren. Tegelijkertijd wordt op verschillende plaatsen gewerkt
aan herstel en aan manieren om water langer vast te houden. De ervaringen met
de extreme nattigheid van 2024 en de droogte van nu leveren daarbij ook nieuwe
kennis op. De boodschap van Frishert en De Groot komt uiteindelijk op hetzelfde
neer: de natuur kan zich herstellen, maar alleen wanneer zij daarvoor voldoende
ruimte, water en tijd krijgt.