
Gemeente Maashorst investeert de komende twee jaren meer dan 1 miljoen euro om mensen te
helpen die extra hulp nodig hebben bij het vinden van werk. “Doel is om meer mensen te helpen aan
werk, ook degenen die daarbij extra begeleiding nodig hebben. Ofwel: iedereen moet kans hebben
op werk”, aldus wethouder Gijs van Heeswijk.
Van Heeswijk: “We richten ons met dit project op mensen met een grotere afstand tot de
arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld omdat ze een beperking hebben of omdat ze lange tijd ziek zijn geweest
en daardoor niet meer het werk kunnen doen dat ze eerst deden. Het gaat in de meeste gevallen om
mensen met een bijstandsuitkering, maar we willen met deze impuls ook voorkomen dat mensen in
de bijstand terecht komen.”
“Met een fors bedrag van ruim 1 miljoen euro zetten we allerlei maatregelen en activiteiten in om
potentiële kandidaten te helpen. Het komt feitelijk neer op intensivering van de begeleiding. Dat is
niet alleen fijn voor de betrokken kandidaten, maar helpt uiteindelijk ook onze ondernemers. Door de
krapte op de arbeidsmarkt kunnen die namelijk moeilijk voldoende werknemers vinden. Dat kan een
behoorlijke rem zijn op verdere ontwikkeling en groei. Met deze investering willen we zorgen dat
iedere potentiële werknemer in elk geval ook werk vindt in onze gemeente.
Meer begeleiding
Onderdelen van het project ‘Iedereen kans op werk’ zijn bijvoorbeeld voorlichtingsbijeenkomsten, een
jongerenspreekuur en een Werkcafé Maashorst, waar werkzoekenden en werkgevers elkaar kunnen
ontmoeten in een informele setting. Nieuw is vooral de intensivering van de begeleiding van de
kandidaten en intensivering van de samenwerking met werkgevers en samenwerkingspartners.
Daarnaast gaat de gemeente aan de slag om arbeidsmarktbeleid te ontwikkelen voor de langere
termijn. “Dat hebben we als nieuwe gemeente nog niet”, legt Van Heeswijk uit. “In
arbeidsmarktbeleid leggen we vast hoe we ook voor de langere termijn gaan zorgen voor een goede
aansluiting tussen het talent, opleidingsniveau en de vaardigheden van onze inwoners en de
arbeidsbehoefte van lokale en regionale werkgevers.”